Zeep is een onmisbaar onderdeel van het dagelijks leven. Of het nu gaat om kwarkzeep, vloeibare zeep of subtiel geurende toiletzeep, de keuze in alle denkbare vormen, kleuren en geuren is enorm. Zeep speelt ook al meer dan 4000 jaar een belangrijke rol in de geschiedenis. Het is dan ook geen wonder dat zeep als verzamelobject ook zijn weg heeft gevonden naar menig museum. Historisch gezien werd zeep niet in de eerste plaats gebruikt als schoonmaakmiddel, maar als cosmeticum en medicijn. De Kelten en Germanen gebruikten het waarschijnlijk als haarverf en pommade.
In de oudheid en vroegmoderne tijd was zeep erg populair als geneesmiddel. Het werd een medicijn genoemd omdat veel ziekten werden genezen door de huid te reinigen. Zeepoplossingen werden ook gebruikt voor een breed scala aan interne en externe klachten. In de 19e eeuw erkende Justus von Liebig dat „zeep een maatstaf is voor de welvaart en cultuur van naties“. Vooral in tijden van oorlog steeg de waarde van zeep enorm door het algemene tekort aan grondstoffen. Dit verklaart ook het feit dat museumcollecties vaak zeepcollecties bevatten, vooral uit de jaren 1950 en 1960. De mate waarin zeep werd beschouwd als een luxeartikel wordt ook weerspiegeld in de reclamecampagnes van de zeepindustrie in de 19e en 20e eeuw. Tot op de dag van vandaag is geen enkel ander product zo synoniem met zuiverheid, reinheid en frisheid, zowel letterlijk als figuurlijk. Tegenwoordig speelt kwarkzeep slechts een ondergeschikte rol.
Door de gunstige prijzen en het enorme aanbod is zeep enerzijds een wegwerpartikel geworden en anderzijds een luxeartikel dankzij de vaak exclusieve en hoogwaardige ingrediënten. Sinds de 20e eeuw speelt zeep echter ook een rol als artistiek materiaal. Joseph Beuys en Bruno Gironcoli bijvoorbeeld gebruikten zeep als creatief medium in hun werken.
Je kunt het volledige artikel lezen in RESTAURO 6/2012.
Tekst en foto: Anne Bührer, ©Anne Bührer
