De non-profitorganisatie „Nomadisch Grün“ en de vereniging „Common Grounds“ zitten achter het project Prinzessinnengarten. Het concept komt van de initiatiefnemers Robert Shaw en Marco Clausen, die bijna tien jaar geleden het idee van een moestuin in Berlijn ontwikkelden. Ze streven hun visie na van een duurzame en tuinvriendelijke stad die actief bijdraagt aan een beter klimaat in de toekomst.
Het huidige discours rond de Prinzessinnengarten gaat echter over meer dan ecologische duurzaamheid. De acute druk om te bouwen en de toenemende privatisering van de stad bedreigen lokale initiatieven en hun open ruimtes. Zoals de meeste stadstuinen in Berlijn vecht de Prinzessinnengarten voor zijn bestaan. In 2012 bereikte het conflict tussen de zoektocht naar investeerders en het behoud van een zelfbeheerde buurt zijn hoogtepunt: meer dan 30.000 supporters konden maar net voorkomen dat de Prinzessinnengarten geprivatiseerd werd.
Het gebied van 6.000 vierkante meter blijft tijdelijk: de gebouwen zijn gemaakt van containers en de planten groeien in gerecyclede kratten of rijstzakken. De Prinzessinnengarten is klaar voor gebruik. Maar waarheen zal de reis ons brengen?
Is het einde nabij?
Het huidige gebruikscontract loopt eind dit jaar af. De exploitanten van de tuin gaan ervan uit dat het stadsdeel het contract met nog een jaar zal verlengen. Een deel van de Prinzessinnengarten verwerpt echter het tijdelijke tijdelijke gebruik en stelt in plaats daarvan een creatief tegenconcept voor. Dit heet Wunschproduktion en is gebaseerd op het erfpachtprincipe. In de toekomst moet de Prinzessinnengarten een gemeenschappelijke ruimte creëren waarin gebruikers kunnen participeren. Toekomstgericht experimenteert het met nieuwe gemeenschapsgerichte en niet-commerciële vormen van stedelijkheid. Culturele, sociale en ecologische diversiteit zijn de belangrijkste doelstellingen, die het stedelijk beleid van Berlijn maar moeilijk lijkt te kunnen integreren.
Een prieel als „symbool van het blijven“
De architecten Quest en FATkoehl, evenals een van de initiatiefnemers Marco Clausen, geven een antwoord op de vraag wie de ruimten in de stad produceert en vormgeeft. Als „symbool van duurzaamheid“ hebben ze een houtskeletstructuur van drie verdiepingen aan de tuin toegevoegd. Stagiairs van de Knobelsdorffschool, studenten van de TU Berlijn en het tuinteam hebben dit in een twee jaar durend zelfbouwproces opgebouwd en het zal vanaf nu dienen als een experimentele plek voor collectief leren en uitwisseling. Het prieel als structurele ingreep maakt het huidige conflict tussen tijdelijk tijdelijk gebruik en het verlangen om eindelijk te wortelen zichtbaar.
Het lijdt geen twijfel dat er nieuwe modellen nodig zijn voor het denken over stad en gemeenschap in de toekomst. Tijdelijk gebruik moet de kans krijgen om perspectiefvolle visies te ontwikkelen en een integraal onderdeel te worden van de algehele stedelijke planning. Dit is de enige manier om de stad op lange termijn te behouden als een diverse, duurzame en leefbare ruimte.