Voordat ik naar Rotterdam verhuisde, studeerde ik al twee jaar in Aken, waar België, Nederland en Duitsland samenkomen. Iedereen kent het fenomeen: als je iets voor de deur hebt, heb je meer dan één goede reden nodig om het van dichtbij te bekijken. Dus in die twee jaar reisde ik naar Singapore, Thailand en Italië, bezocht Frankfurt, Berlijn en Hamburg, maar leek nooit de tijd te vinden om mijn grappig sprekende buren echt te leren kennen. Ik heb nooit nagedacht over mogelijke culturele verschillen, behalve dat mijn tante uit Nederland als kind altijd hagelslag voor ons meebracht, en later drop. Er waren eindeloos veel grachten en eenden in Nederland en mijn neefjes en nichtjes waren ongelooflijk goed in schaatsen en fietsen, twee dingen die ik nooit echt onder de knie heb gekregen. Culturele verschillen mogen dan grotendeels denkbeeldig zijn, maar sinds ik hier in Rotterdam woon, heeft deze verbeelding een behoorlijk vaste vorm aangenomen en na een half jaar aan elkaar snuffelen, kan ik nu met trots mijn bevindingen presenteren:
Mijn beeld van de Nederlanders was hetzelfde als bijna elk beeld dat ontstaat met behulp van algemene kennis en vooroordelen: hoe beter je ze leert kennen, hoe meer het geheel uiteenvalt in zijn afzonderlijke delen. Dus terwijl ik op zoek was naar de Nederlanders, kwam ik in werkelijkheid een typische Rotterdammer tegen, die vervolgens een gewone Rotterdamse architect bleek te zijn. Uiteindelijk realiseerde ik me dat de mensen die ik leerde kennen tijdens mijn stage vooral werden gedefinieerd door de gemeenschap waarin ze leefden. In mijn geval leerde ik dus geen Nederlanders kennen, maar bijna uitsluitend MVRDV’ers. Het is als een studentenuitwisseling, waarbij je niet een land bezoekt, maar eerder een familie.
