Consensus in de strijd tegen kinderarbeid, onenigheid over de uitvoering
Grafstenen uit China, India, Vietnam en de Filippijnen mogen alleen worden geplaatst als ze de juiste certificering hebben.
Noordrijn-Westfalen heeft een circulaire aangenomen waarmee de deelstaat grafstenen gemaakt door kinderarbeid wil verbannen van zijn begraafplaatsen. Voor grafstenen uit China, India, Vietnam en de Filippijnen is daarom voortaan een certificering vereist. Anders mogen ze niet worden geplaatst. De deelstaat volgt hiermee een rapport van de politicoloog Walter Eberlei uit Düsseldorf.
Hij heeft de internationale natuursteensector onderzocht op kinderarbeid. En roept alle deelstaten op om de door Duitsland geratificeerde internationale conventie tegen kinderarbeid in concrete wetgeving om te zetten. De VN schat dat alleen al in Indiase steengroeven 100.000 kinderen werken. De vereniging Earthlink schat het aantal zelfs op 150.000 kinderen.
Nedersaksen wijzigt momenteel zijn begraafplaats- en begrafeniswet, terwijl Hessen soortgelijke regels heeft vastgelegd als NRW: Gemeenten kunnen grafstenen die door kinderarbeid zijn gemaakt volledig verbieden of volledige documentatie eisen. Beieren, Baden-Württemberg, Bremen en Saarland hebben al regelgeving. Dit alleen zegt echter niets over de implementatie in de praktijk.
In Bremen en Bremerhaven bijvoorbeeld heeft nog geen enkele gemeente een overeenkomstige regel in haar statuten voor begraafplaatsen opgenomen, schrijft de krant taz. Dat komt omdat de rechtszekere uitvoering twijfelachtig is. De rechterlijke macht is dezelfde mening toegedaan en heeft daarom in het verleden verschillende voorstellen verworpen. Natuurlijk is iedereen tegen kinderarbeid. Maar welke labels zijn betrouwbaar? Wie moet dit garanderen? En wie is verantwoordelijk voor het toezicht op de productieketen?
Goede vooruitzichten voor regionaal materiaal?
In 2014 oordeelde de administratieve rechtbank van Baden-Württemberg bijvoorbeeld dat dit niet van de kleine lokale steenhouwer kan worden verwacht. En vernietigde daarmee een regel in de begraafstatuten van Stuttgart. De redenering luidde dat het „niet voldoende duidelijk is welke controlemogelijkheden voldoende worden geacht“.
De tijd zal dus moeten uitwijzen hoe de regels in de praktijk moeten worden toegepast – en door wie. En natuurlijk zullen steenhouwers nog steeds de optie hebben om te kletteren – voor materiaal uit de regio, wat niet alleen veilig is zonder kinderarbeid, maar ook voordelig is vanuit het oogpunt van milieu- en arbeidsveiligheid en de regionale economische cyclus gesloten houdt.
