Oh, jullie gewaardeerde architectuurcritici, hoe zullen jullie in de toekomst de architecten noemen die innovatiever, groter en meer bouwen dan alle anderen? Lauren Bacall was tenslotte de laatste echte ster die stierf. Dus we kunnen het „startum“ in verband met architectuur eindelijk vergeten, of kun je je een architect voorstellen die met neergeslagen blik door zijn lange wimpers kijkt en vraagt: „Heeft iemand een opdracht?“ (2)
Ster en architect: over en uit! Ik ken niemand die zo sexy is, maar ik ken wel veel architecten die serieus architectuur ontwerpen – met andere woorden, die nadenken over hoe het er vandaag de dag uit zou kunnen of moeten zien als alle voor- en nadelen van onze cultuur in één gebouw zouden worden samengevat.
De discussies over de vraag of Zaha’s architectuur moreel is of niet, zijn eigenlijk belachelijk. Zaha is erg beroemd, heeft veel opdrachten en dat wekt afgunst op. Ik ken geen enkele architect die, geconfronteerd met de vraag of hij wel of niet een cultureel centrum in Bakoe moest bouwen volgens zijn eigen ideeën, de opdracht op morele gronden zou hebben afgewezen. Maar ik ken veel architecten die nooit gevraagd zijn en die daarom des te verontwaardigder degenen veroordelen die opdrachten van dictatoriale staten aannemen. Maar de vraag is niet of je kunt bouwen in autoritaire samenlevingen, de vraag is hoe je bouwt. (En als je – net als mijn gewaardeerde vriend Bart Lootsma – denkt dat je de arbeidsomstandigheden van de arbeiders op de bouwplaats in een architectonisch contract kunt vastleggen, dan ben je zo niet onervaren, dan toch wel erg naïef).
De geschiedenis van de architectuur staat vol met voorbeelden van hoe architecten gebouwen hebben gerealiseerd tegen de ideeën van hun autoritaire en soms moreel gedegenereerde opdrachtgevers in, die we vandaag de dag zonder moreel verwijt bewonderen. Het cultureel centrum van Zaha is een van de mooiste interieurs die ik ken, en voor zover ik weet, werd het tegen de wensen van de opdrachtgever uitgevoerd. Feit is echter dat architecten tegenwoordig overal ter wereld met steeds grotere verplichtingen worden opgezadeld – nu ook met schijnbaar morele – maar dat hun invloed op het bouwproces afneemt. Het is hun eigen schuld, is men geneigd te zeggen. En de discussie doet me denken aan de fabel van de vos, voor wie de druiven die te hoog hangen te zuur zijn.
De tendens in het architectuurdebat naar „politieke correctheid“ grenst aan hypocrisie, en Patrik Schumacher heeft natuurlijk gelijk als hij bezwaar maakt tegen de eentonigheid van politieke correctheid. Het gebruik van fantasieloosheid als moreel argument tegen innovatie ondersteunt precies die systemen die je wilt veroordelen. De huidige discussie is dan ook geen discussie over de moraal van architecten, het is een afwijzing van inventieve vooruitgang. We zouden eindelijk eens de ongepaste, iconische en zelfgenoegzame aard van gotische kathedralen moeten analyseren! Overigens ben ik van mening dat architectuur geen product zou moeten zijn.
PS: Ik kan me niet voorstellen dat ik een gevangenis of kazerne zou ontwerpen.
(1) Nergens is het makkelijker om afgunst te verdienen dan in een samenleving van architecten.
(2) „Anybody got a match“ – met deze zin, waarmee ze Humphrey Bogart om een vuurtje vraagt, werd Lauren Bacall een ster in de film „To Have and Have Not“.
