Een conferentie georganiseerd door Baumeister en Topos – het internationale tijdschrift voor landschapsarchitectuur, onderzoekt wat stedelijke centra vandaag en in de toekomst aantrekkelijk maakt. Kick-off voor het Baumeister Topos Steden Initiatief in Berlijn
Werken aan en in de metropool is een complexe aangelegenheid – en een waarbij creatieve mensen uit verschillende beroepsgroepen betrokken moeten zijn. Dat zou de conclusie kunnen zijn van de eerste editie van het „Baumeister Topos Cities Initiative“. De twee tijdschriften van uitgeverij Callwey hadden gezamenlijk mensen uitgenodigd naar Berlijn te komen om te discussiëren over welke leidende principes stedenbouw zou moeten volgen – en hoe deze kunnen worden geïmplementeerd. Het resultaat: de leidende principes zijn juist, maar er is nog een lange weg te gaan om ze te realiseren.
Zoals het motto van het initiatief luidt, komen de verschillende spelers op het gebied van stadsontwikkeling aan het woord. De presenterende bedrijven hebben spannende oplossingen klaarliggen: Malgorzata Wiklinska van leverancier ZF Friedrichshafen AG doet verslag van hoe haar eigen bedrijf zijn rol in de mobiele samenleving opnieuw definieert. „Specifieke behoeften van klanten en technologische veranderingen beïnvloeden de mobiliteit van morgen. Wij willen hiervoor oplossingen leveren.“ Wiklinska is momenteel bezig met het opzetten van de ZF Denkfabrik, een denktank. Het bedrijf werkt onder andere aan app-gebaseerde oplossingen en aan een aantal Car2Car- en Car2X-oplossingen.
Het bouwplanningsbedrijf Obermeyer, de tweede partner in het initiatief, heeft zich ook verbonden aan de mobiele stad. Stephan Jentsch, hoofd Azië bij de dienstverlener uit München, legde uit hoe het bedrijf werkt aan stedelijke mobiliteit in China – en hoe stedelijke planning, infrastructuurontwikkeling en transportplanning hand in hand moeten gaan, vooral in China’s nieuwe megasteden.
Voor China geldt echter hetzelfde als voor Europese of Amerikaanse metropolen: Voorlopig kun je niet om de auto heen. Toch werken bedrijven aan oplossingen om het privévervoer aan te vullen – en efficiënter te maken. Daarbij geldt: Efficiëntie is wat consumenten echt willen. Dit werd benadrukt door Olaf Schilgen, hoofd Elektromobiliteit, Energie en Externe Betrekkingen bij de Volkswagen Groep. Hij ziet nog geen grote run op gedeelde mobiliteitsdiensten zoals Drive Now of Car-to-Go. Maar: „We houden dit in de gaten en zijn klaar om onze eigen Quicar-dienst op elk moment uit te breiden.“
Eén ding is duidelijk: steden kenmerken zich vooral door het feit dat ze altijd hun karakter behouden en zelfs versterken, zelfs in tijden van verandering. Dit is precies waar architectuur en landschapsarchitectuur waardevolle bijdragen kunnen leveren. Dit werd bevestigd door de Nederlandse architect en stedelijk onderzoeker Kees Christiaanse. Hij legde uit waarom het oude model van de concentrische stad uiteenvalt en wordt vervangen door polycentrische steden. Deze centra moeten des te intelligenter worden gepland en van de juiste verbindingen met elkaar worden voorzien om niet in chaos te verzinken.
Timing is hier ook belangrijk. Christiaanse en architect Urs Kumberger van het architectenbureau „Teleinternetcafé“ benadrukten dat planning in afgeronde fasen plaatsvindt. Het grootse ontwerp vanuit één mal is een illusie.
Ook hier moeten beide disciplines bereid zijn om de bestaande complexiteit te accepteren en het idee van planning als almacht los te laten. Gena Wirth (SCAPE Landscape Architecture, New York) en Martin Knuijt (OKRA Landscape Architects, Utrecht) lieten in hun presentaties zien hoe dit kan. Knuijt legde uit hoe zijn bureau werkt met de bestaande context in projecten in Moskou, Rotterdam, Londen en Athene.
Een aanpak die ook wordt gevolgd door het Brusselse bureau 51N4E. Met name in hun creatieve wijk in Kortrijk zet Freek Persyn in op het gebruik van de bestaande architectuur als katalysator. Het is belangrijk om openheid toe te laten om de gebruiker aan te moedigen zich de ruimte proactief toe te eigenen.
Voor elke planner geldt: je moet jezelf objectiveerbare doelen stellen. Knuijt en zijn team van OKRA zijn er bijvoorbeeld in geslaagd om de temperatuur op het Syntagmaplein in Athene met drie graden te verlagen dankzij een beplantingsstrategie. Dit is ook een stukje veerkracht. Gena Wirth vatte de veerkrachtige stad samen aan de hand van haar eigen projecten in New York: „Veerkrachtige steden zijn anticiperend, experimenteel, visionair – en betrokken“.
Karsten Schmitz en Urs Kumberger kunnen het hier zeker mee eens zijn. De twee houden zich ook bezig met participatie in de stedelijke ruimte. Schmitz presenteerde de Baumwollspinnerei in Leipzig, de bekendste creatieve wijk in Duitsland, waarvan hij mede-initiatiefnemer was. Zijn conclusie: zonder bestuurders zoals de bekende galeriehoudster Judy Lybke zou het niet werken. Het creatieve kwartier in München, dat momenteel in aanbouw is, heeft ook dit soort medestanders nodig. Dit werd ook bevestigd door Urs Kumberger, wiens bureau Teleinternetcafé verantwoordelijk is voor het masterplan voor het creatieve kwartier. Deze drijvende krachten kunnen echter alleen worden aangetrokken met typologische heterogeniteit. De claim van Kumberger is: „diverse typologieën voor diverse mensen“.
Het is deze diversiteit die metropolen uiteindelijk aantrekkelijk maakt. Dit wordt ook bevestigd door Clark Parsons, directeur van de Berlin School for Creative Leadership. Zijn lessen voor succesvolle creatieve metropolen: combineer het grote met het kleine, het oude met het nieuwe. En communiceer proactief hun eigen voordelen naar de buitenwereld.
