Gemaaide transformatie
Hoe mooi kan een plek zijn die een centrale rol speelde in de nationaalsocialistische orkestratie van de macht? Dit debat draait om de Bückeberg, waar de nazi’s hun völkisch oogstfeest vierden als massaspektakel. Een rondleiding over de locatie.
De beste manier om de dimensies van een grote plek te begrijpen is om er met een onhandelbare elfjarige doorheen te lopen. Dat is precies wat ik een paar dagen geleden deed met de Bückeberg bij Hamelen. Samen met mijn zoon wilde ik de gigantische openluchtsite verkennen. Er was veel rumoer en protest (en de plaats groeide navenant). Mijn uitleg dat hij op historisch beladen, maar daarom ook beladen en quasi „interessant“ terrein liep, maakte weinig indruk op hem. De informatie dat de nationaalsocialisten hier van 1933 tot 1937 hun interpretatie van Thanksgiving als een gigantische nationalistische productie vierden, sloeg niet aan. Zoals ik al zei: rumoer en protest.
Beide had ik de avond ervoor al uitgelokt, zij het meer argumentatief. Ik vertelde een gesprekspartner, wiens oordeel ik eigenlijk zeer waardeer, over de plannen van de landschapsarchitecten Dröge + Kerck voor een zorgvuldige transformatie van het terrein. Tot nu toe heeft de Bückeberg nog niets laten zien van zijn onverkwikkelijke verleden. De architecten willen daar samen met de Hamelin Vereniging voor Regionale Cultuur- en Hedendaagse Geschiedenis verandering in brengen. Ze willen een netwerk van herinneringspunten over de berg leggen. Op bepaalde punten krijgen bezoekers dan de informatie over de geschiedenis van de plek en het symbolische spektakel van Albert Speer dat vandaag ontbreekt.
Het project lijkt weloverwogen en weloverwogen. Maar mijn interviewer, die niet verdacht wordt van enige nazi-relativering, vindt er niet veel aan. Te duur, onnodig. Het nazi-verleden is afgehandeld. De lokale critici die het het project lange tijd moeilijk hebben gemaakt, zullen dezelfde mening zijn toegedaan. Maar nu komt het informatienetwerk, dat naast de documentatiestations de berg gewoon zal markeren met nieuw maaiwerk op verschillende hoogtes.
De grote stoeipartij
Hoog tijd, als je het mij vraagt. De Bückeberg vertelt ons veel over de verleidelijkheid van mensen door pure ruimtelijke dimensionaliteit. En het biedt ook inzicht in de telbaarheid, de propagandistische bruikbaarheid van het landschap. De Berg en zijn omgeving bieden aanvankelijk een beeld van schilderachtige, onverwoeste natuur. De nazi’s superponeerden hun meta-narratief van een vitale, superieure Duitse boeren- en volkscultuur op dit beeld. Dat is het meest indrukwekkende aan een bezoek aan deze, naast Neurenberg en Berlijn, belangrijkste locatie van nazistische massa-ensceneringen: Dat je kunt voelen hoe ideologie ruimtelijk kan worden geëxpliciteerd en geaccentueerd. Hoe ruimte en menselijke massa aan elkaar kunnen worden geschroefd om grootschalige daden van psychologische manipulatie te creëren. Siegfried Kracauer noemde dit het „ornament van de massa“.
Waarbij natuurlijk de tegenstrijdigheid blijft bestaan dat de massa’s etnische Duitsers die in nachttreinen werden binnengesleept er nogal onornamenteel moeten hebben uitgezien. Overnacht en hongerig vertrapten ze waarschijnlijk consequent elk gevoel van ruimtelijke sierlijkheid. En: zelfs een etnisch geïnspireerde supermens moet soms naar de wc.
Overigens weten we slechts bij benadering hoeveel van deze supermensen op de Bückeberg rondliepen. Het is interessant, maar ook zorgwekkend, dat er toen al argumentatiepatronen in de publieke beeldvorming aanwezig waren die nu weer de kop opsteken: Zoveel mogelijk mensen die relevantie signaleren. Tegelijkertijd waren en zijn mensen er nog steeds op gebrand om op te vallen. De nazi’s beweren dat ze tot 1,2 miljoen bezoekers hebben geteld op de (zoals ik al zei, echt enorme) berg. Tot 600.000 zou realistisch gezien mogelijk zijn geweest, volgens de vereniging van Hameln. Maar dat zou veel zijn geweest.
